LAAT HET GROTE GELD NIET ONTSNAPPEN

14/10/10 - Rijkste gezinnen mogen dans niet ontspringen

Gepubliceerd door FAN- RJF

betoging Huidig belastingsysteem verdeelt lasten niet eerlijk.
De volgende federale regering zal op zoek moeten gaan naar ettelijke miljarden euro’s om de overheidsfinanciën in evenwicht te brengen. Opnieuw de werknemers en uitkeringstrekkers de rekening laten betalen en kapitaalkrachtigen ontzien? Dat ziet de vakbond zeker niet zitten. Werknemers worden zwaar belast op wat ze met hun arbeid verdienen. Andere mensen puren uit hun vermogen een inkomen dat misschien een veelvoud is van het gemiddelde werknemersloon. Maar zij betalen veel minder belasting of gebruiken technieken om de fiscus helemaal te ontlopen. Het huidige belastingsysteem zorgt niet voor een eerlijke verdeling van de lasten. Die situatie moet dringend veranderen, vindt de LBC-NVK. Laten we even kijken naar vroegere beslissingen die vooral voor ondernemingen, hun aandeelhouders en kapitaalkrachtigen een enorm belastingvoordeel opleverden. Een tekst verschenen in Ons Recht door Renilde De Busschop voor LBC-NVK.

Huidig belastingsysteem verdeelt lasten niet eerlijk.
De volgende federale regering zal op zoek moeten gaan naar ettelijke miljarden euro’s om de overheidsfinanciën in evenwicht te brengen. Opnieuw de werknemers en uitkeringstrekkers de rekening laten betalen en kapitaalkrachtigen ontzien? Dat ziet de vakbond zeker niet zitten. Werknemers worden zwaar belast op wat ze met hun arbeid verdienen. Andere mensen puren uit hun vermogen een inkomen dat misschien een veelvoud is van het gemiddelde werknemersloon. Maar zij betalen veel minder belasting of gebruiken technieken om de fiscus helemaal te ontlopen. Het huidige belastingsysteem zorgt niet voor een eerlijke verdeling van de lasten. Die situatie moet dringend veranderen, vindt de LBC-NVK. Laten we even kijken naar vroegere beslissingen die vooral voor ondernemingen, hun aandeelhouders en kapitaalkrachtigen een enorm belastingvoordeel opleverden. Een tekst verschenen in Ons Recht door Renilde De Busschop voor LBC-NVK.

Vennootschapsbelasting
Als een onderneming minder vennootschapsbelasting moet betalen, kan ze op korte of lange termijn meer geld uitkeren aan haar aandeelhouders. Een lagere vennootschapsbelasting betekent dus goed nieuws voor wie aandeelhouder is.
Het nominale tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt nu 33,99 procent (33 procent, verhoogd met drie procent aanvullende crisisbijdrage). In het verleden lag het percentage veel hoger. Voor het aanslagjaar 1982 was er nog een vennootschapsbelasting van 48 procent.
Je mag je niet blindstaren op het officiële tarief van deze belasting. In de praktijk betaalt een bedrijf geen vennootschapsbelasting op de werkelijke winst maar op een veel lager bedrag. Van de werkelijke winst mogen immers tal van posten worden afgetrokken. Als gevolg daarvan ligt het echte belastingpercentage een stuk lager.
Een voorbeeldje? Als een bedrijf winst realiseert op de verkoop van aandelen van een andere vennootschap, moet het op die meerwaarde geen vennootschapsbelasting betalen. Zo’n meerwaarde is dus volledig en onvoorwaardelijk vrijgesteld. Die vrijstelling bestaat sinds het aanslagjaar 1992. Door deze maatregel liep de staat alleen al voor het aanslagjaar 2007 bijna 12,9 miljard euro aan inkomsten mis.
Via een koninklijk besluit van 1982 bedacht de staat de zogenaamde coördinatiecentra met een erg gunstig belastingregime. De staat wilde hoofdkwartieren van grote internationale groepen naar België lokken door speciale belastingvoordelen toe te kennen. Uit een studienota van de Nationale Bank van België blijkt dat de coördinatiecentra in 1989 een gezamenlijke winst voor belasting van 36,2 miljard oude franken realiseerden. Op dat bedrag werd amper 300 miljoen frank aan belasting betaald. Minder dan één procent dus.
Voor het aanslagjaar 2007 incasseerde de staat 1,33 miljard euro minder aan inkomsten uit de vennootschapsbelasting als gevolg van het cadeau aan de coördinatiecentra. De Europese Commissie bestempelde het systeem als ‘illegale staatssteun’ zodat België de maatregel uiteindelijk moest intrekken. Op 31 december 2010 is het gedaan met dit belastingvoordeel.
Maar geen nood, de regering-Verhofstadt II bedacht een nieuwe maatregel om het bedrijfsleven te paaien. De notionele intrestaftrek.

Notionele intrestaftrek
De nieuwe maatregel komt erop neer dat vennootschappen zonder enige voorwaarde een percentage van hun eigen vermogen mogen aftrekken van de werkelijke winst. Voor het aanslagjaar 2010 gaat het om 4,473 procent van de eigen middelen. Door de notionele intrestaftrek zakte de winst aanzienlijk waarop nog vennootschapsbelasting wordt betaald. Vooral grote bedrijven met veel eigen kapitaal profiteren van de maatregel. In 2006 betaalden de bedrijven dankzij de maatregel 2,6 miljard euro minder vennootschapsbelasting. In 2008 was dat bedrag al opgelopen tot 4,4 miljard euro.
Alle ondernemingen samen betaalden in 2001 gemiddeld 19,9 procent vennootschapsbelasting op hun winst. In 2008 was dat geslonken tot 13,6 procent. Die sterke daling was voor een belangrijk deel te wijten aan de notionele intrestaftrek.
Naast het normale officiële tarief van 33,99 procent heb je een ‘verlaagd opklimmend tarief’ voor vennootschappen met een belastbare winst die niet hoger is dan 322.500 euro per jaar. Dit lagere tarief wordt toegepast op bepaalde schijven van de winst en bedraagt respectievelijk 24,97 procent, 31,93 procent en 35,53 procent (inclusief aanvullende crisisbijdrage). Vermits deze tarieven veel lager liggen dan het tarief van de personenbelasting, richten heel wat particulieren om louter fiscale redenen een vennootschap op. Wie een vennootschap opricht, kan allerlei fiscale spitsvondigheden gebruiken. Een doorsnee werknemer gaat natuurlijk niet die toer op. Wel de goedbetaalde manager of de beoefenaar van een vrij beroep.

Roerende voorheffing
De roerende voorheffing was vroeger een echte voorheffing, met nadien een aangifte in de personenbelasting en een gezamenlijke taxatie met de andere inkomsten. Maar tegenwoordig is het een ‘bevrijdende belasting’. Als de roerende voorheffing al is afgehouden, moeten de bewuste inkomsten niet langer in de belastingaangifte vermeld worden. Toen de roerende voorheffing in 1984 ‘bevrijdend’ gemaakt werd, steeg het tarief wel van 20 naar 25 procent. Ondertussen werd het tarief wel verminderd tot 15 procent. Op opbrengsten uit aandelen moet je soms nog 25 procent roerende voorheffing betalen.
Je kan ook geld beleggen in een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal, een ‘bevek’. Zo kan je de roerende voorheffing ontwijken. Opbrengsten uit beleggingen in een bevek worden omgezet in meerwaarden die vrijgesteld zijn van belasting.
De heel grote vermogens zoeken hun toevlucht tot nog andere technieken om inkomsten uit hun vermogen te kunnen opstrijken zonder er inkomstenbelasting op te betalen.

BTW
De belasting op de toegevoegde waarde (BTW) werd hervormd in 1992. Er werd afgestapt van diverse tarieven die tot dan van kracht waren: 17 procent, 25 procent en 33 procent (dat laatste percentage sloeg op wagens, juwelen en andere luxeproducten). Het normale tarief van 19 procent werd opgetrokken naar 19,5 procent. Het verlaagde tarief van zes procent werd behouden. En er werd een tweede verlaagd tarief van twaalf procent ingevoerd.
De hervorming van de BTW hing samen met de harmonisering van de indirecte belastingen in Europees verband. Maar de operatie leidde tot een averechtse herverdeling: wie veel uitgaf of kon uitgeven, profiteerde van de hervorming. En wie krap leefde, kreeg het nog iets moeilijker.
In 1993 werd het normale BTW-tarief verhoogd van 19,5 naar 20,5 procent. Dat gebeurde in het kader van het Globaal Plan van de toenmalige regering-Dehaene. Het was één van de ingrepen die gebeurden om het gat in de sociale zekerheid te dichten. Die put was er gekomen omdat de staat bepaalde RSZ-bijdragen voor de werkgevers verlaagd had. In 1996 werd het normale BTW-tarief nog maar eens opgetrokken, deze keer naar 21 procent. Toen gebeurde dat om het overheidstekort te beperken tot drie procent van het bruto binnenlands product (BBP).
Verbruiksbelastingen als de BTW houden geen rekening met de hoogte van het inkomen en met de gezinstoestand van de belastingplichtige. Ze wegen het zwaarst voor de laagste inkomens.

Fiscale amnestie
In 1984 deed de staat een eerste poging om zwart geld dat in het buitenland geparkeerd was terug te brengen naar België. Wie intekende op schatkistbons met een looptijd van vijf jaar, kon zwart geld wit maken.
Niet zo lang geleden kregen fraudeurs een tweede kans om met de fiscus in het reine te komen en een minieme boete te betalen. In de loop van 2004 konden belastingontduikers in het buitenland verstopt geld naar België terugbrengen. Met een eenmalige boete van zes procent op het gerepatrieerde kapitaal als het geld werd geïnvesteerd. Of met een boete van negen procent als het geld gewoon op een rekening werd gezet. De operatie gold alleen voor natuurlijke personen, niet voor vennootschappen of rechtspersonen. Ze leverde 496 miljoen euro op voor de Schatkist en er keerde 5,7 miljard naar ons land terug. Op dat moment stond naar schatting 170 miljard euro op buitenlandse rekeningen.
In 2006 kwam er een tweede amnestie, deze keer onder de naam ‘fiscale regularisatie’. Opnieuw kregen belastingontduikers de kans om hun toestand in orde te brengen. Deze operatie was er zowel voor natuurlijke personen als voor bedrijven. Op de maatregel uit 2006 staat geen einddatum maar de belastingontduiker kan er wel maar één keer een beroep op doen. Hij moet dus in één keer met al zijn zwarte inkomsten voor de dag komen.
Gaat het om zwarte beroepsinkomsten, dan betaalt de ontduiker het normale belastingtarief dat van toepassing was op het ogenblik dat de belasting betaald had moeten worden. Wie zwarte beroepsinkomsten op buitenlandse rekeningen heeft staan, kan die dus op dit moment zonder bijkomende boete repatriëren. Voor andere zwarte inkomsten, bijvoorbeeld inkomsten uit beleggingen, moet je wel een milde boete betalen. Zo wordt voor kapitaalinkomsten die pas vanaf 1 januari 2007 worden geregulariseerd, het normale tarief verhoogd met een boete van tien procentpunten. Als het normale tarief 15 procent bedraagt, zal dus 25 in plaats van 15 procent aangerekend worden.
De tweede amnestie bracht tussen 2006 en eind 2009 een bedrag van 145 miljoen euro op voor de Schatkist. Een ‘magere’ opbrengst, mogelijk omdat de sjoemelaars te weinig garanties kregen dat ze niet strafrechtelijk zouden worden vervolgd.
Meer en meer worden belastingzondaars in het nauw gedreven. Door internationale verdragen worden almaar vaker bankgegevens tussen staten uitgewisseld. Geen wonder dus dat liberalen graag pleiten voor een nieuwe vorm van fiscale amnestie.

Successierechten
Wie graag roerend vermogen wilde doorgeven aan het nageslacht, kon jarenlang effecten aan toonder gebruiken om de fiscus te ontlopen en de betaling van successierechten te vermijden. Bij een effect aan toonder wordt aangenomen dat de persoon die het aandeel, de kasbon of de obligatie toont er ook de eigenaar van is. Sinds 1 januari 2008 mogen Belgische banken geen aandelen of obligaties aan toonder meer afleveren. Ook niet wanneer het om buitenlandse effecten gaat. Effectentransacties moeten sindsdien altijd via een ‘effectenrekening’ gebeuren. En effecten aan toonder, uitgegeven voor 2008, moeten op een effectenrekening gezet worden.
Door de vorige staatshervormingen kregen de gewesten een verregaande autonomie op het vlak van onder meer successie- en schenkingsrechten. Zij maakten daarvan gebruik om de tarieven te verlagen.

Eerlijker belasting op vermogens
Dit alles toont aan dat de diverse regeringen en overheden van dit land een aantal ferme cadeaus gaven aan ondernemingen en kapitaalkrachtigen. De overheid verzuimde om de fiscale fraude en de belastingontwijking streng aan te pakken. Ze was wel bijzonder vergevingsgezind voor berouwvolle belastingzondaars. Een regelrechte discriminatie van de eerlijke belastingbetaler.
Recent wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat de Belgische overheid jaarlijks 16 tot 20 miljard euro aan belastingontvangsten misloopt door fraude. Er zijn dus dringend maatregelen nodig om dit te stoppen. Zo zou het bankgeheim volledig moeten worden opgeheven.
De overheid moet ook dringend werk maken van een eerlijker vermogensfiscaliteit zodat ook de rijkste gezinnen, bij wie het gros van het vermogen geconcentreerd zit, belasting betalen naar draagkracht. Nationale, Europese en internationale maatregelen moeten ertoe leiden dat deze groep de dans niet blijft ontspringen.

Renilde De Busschop, Ons Recht, LBC-NVK.