16
01/14
Boekvoorstelling Belastingparadijs België van Marco Van Hees
Gepubliceerd door FAN- RJF, klik hier voor printbare versie
Dinsdag 14 januari, Zuiderpershuis te Antwerpen. FAN zond een van zijn zonen uit: Guido Deckers (ACV) om een bijdrage te leveren. Lees hieronder zijn presentatie.
Belastingparadijs België Marco Van Hees

“Sire, laten we de armen belasten, ze zijn met meer”, adviseerde minister van financiën Jean-Baptiste Colbert ooit zijn baas Zonnekoning Lodewijk de zestiende. Colbert is al een paar eeuwen dood, maar in dit kleine koninkrijk aan de Noordzee lijken zijn ideeën springlevend.
De strijd tegen deze ideeën is mede de bestaansreden van de netwerken Financiël Actie Netwerk (FAN) en Réseau pour la Justice Fiscale (RJF). De slogan waarmee het FAN al jaren actie voert is dan ook: “Laat het grote geld niet ontsnappen, enkel gewone mensen betalen belastingen”.

Het FAN is een netwerk van de organisaties: ABVV, ACLVB, ACV, ATTAC-VLAANDEREN, BBL, FAIRFIN, KWB, LBC-NVK, LEF, MASEREELFONDS, OXFAM-SOLIDARITEIT en 11.11.11
Samen met deze organisaties en met het RJF eisen we een rechtvaardige fiscaliteit die moet zorgen voor een leefbare en solidaire samenleving. Na het lezen van het boek Belastingparadijs België, worden we voor de zoveelste keer met de neus op de feiten gedrukt dat we daar nog ver vanaf staan.

In tegendeel: we gaan er nog steeds op achteruit!
Sinds het begin van de jaren 1980 is de rijkdom steeds toegenomen. Maar de verdeling van die rijkdom is verschoven van arbeid naar kapitaal. Daarbij komt nog eens dat inkomen uit arbeid zwaar wordt belast en inkomsten uit kapitaal ontlast!

Rechtvaardige fiscaliteit vereist een systeem dat zorgt dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Dat wil zeggen, werken met progressieve tarieven die zorgen dat de laagste inkomens minder moeten bijdragen dan de hoogste inkomens.

In 1988 werd het aantal tarieven verminderd van 13 naar 7. De toenmalige tarieven van 61,90 procent, 67,80 procent en 70,30 procent werden afgeschaft. Vanaf aanslagjaar 1990 zou het hoogste tarief 55 procent bedragen op het gedeelte van het inkomen boven de  ± 54.500 euro.

Met de belastinghervorming die werd opgestart vanaf 2002 en die door het neo-liberale gedachtengoed was doordrenkt, heeft men de tarieven verder afgebouwd. In het aanslagjaar 2003 heeft men de tarieven van 55 procent en 52,5 procent afgeschaft en werd het hoogste tarief 52 procent. Vanaf het aanslagjaar 2004 werd het tarief van 52 procent afgeschaft en werd het hoogste tarief 50 procent
Afbraak van de progressiviteit in de personenbelasting heeft ook een kostprijs die dan weer moet gecompenseerd worden door andere belastingen of door besparingen. Jan Béghin (sp.a) schreef in zijn boek    “De schande van een rijk land” dat de afschaffing van de belastingtarieven van 55% en 52,5% de overheid jaarlijks zo’n 6 miljard euro kost.
Mij is gevraagd om het vooral over de vennootschapsbelasting te hebben; het eerste deel van het boek.

Een vennootschapsbelasting is een belasting op de winst van een bedrijf en is vanaf een belastbare winst, die niet hoger is dan 322.500 euro niet meer onderworpen aan een progressieve tariefstructuur. We spreken ook over het ‘nominale tarief’ en het ‘reële tarief’.

Het nominale tarief is het tarief vóór de reductie van allerhande aftrekposten zoals de notionele interesten, de aftrek van meerwaarden en de definitief belaste inkomens. De reële aanslagvoet , dat wat de bedrijven werkelijk aan belastingen betalen, ligt een pak lager.

Maar ook de nominale aanslagvoet gaat al drie decennia systematisch naar omlaag. In 1980 bedroeg de nominale aanslagvoet voor de vennootschapsbelasting in België nog 48%. Vanaf het jaar 1982 begon de duik: van 45% naar 43% (1987), 41% (1990), 39% (1993), 40,17 % (1994) en nu staat de nominale aanslagvoet sinds 2003 op 33,99%.

Maar de realiteit ziet er anders uit. Door fiscale optimalisatie is het gemiddelde reële tarief voor alle vennootschappen in België 12,5% (2010). In 2001 bedroeg het nog 19,9%.

Maar opgelet met gemiddelden! Een gemiddeld tarief wil zeggen dat er sommigen zijn die nul euro belastingen betalen en anderen, zoals kleine en middelgrote ondernemingen, 21%.
Al een vierde keer op een rij onderzocht Marco Van Hees de top 50 van de fiscale kortingen. Een vorige editie is opgenomen in het boek. In de studie onderzocht hij niet alleen de top 50 van de fiscale kortingen, maar ook de 1000 meest winstgevende bedrijven.
Voor het jaar 2012 boekten deze 50 miljard euro winst en kregen via allerlei fiscale gunstmaatregelen voor meer dan 13,9 miljard euro fiscale verminderingen. Ze zeggen dat dit goed is voor de tewerkstelling! Wel dan toch in hun fantasie! In de 1000 bedrijven die Marco onderzocht, daalde de tewerkstelling met 20.000 eenheden. Dit is een daling van 7% van de totale tewerkstelling.
Dat het vooral drie fiscale gunstmaatregelen zijn die de belastingdruk van bedrijven laag houdt, legt Marco mooi uit in drie hoofdstukken: De zegeningen van de notionele interestafrek, Gerechtigheid verdwijnt waar meerwaarde verschijnt en hij maakt van Definitief Belaste Inkomsten – Definitief (niet-) Belaste inkomsten.
Als je na het lezen van deze hoofdstukken de één of andere politieker hoort zeggen dat de 22 miljard euro besparingen via loonstop, indexmanipulatie, langer werken, meer flexibiliteit  en de werkloosheiduitkeringen in de tijd beperken, noodzakelijk was, dan zou het wel eens kunnen zijn dat door de verontwaardiging en de kwaadheid je gezondheid wordt geschaad!

Ik vind dat de uitgeverij EPO daar in de toekomst toch wel wat rekening moet mee houden en hiervoor een gevarenlogo moet ontwerpen.
Want de optelsom van de fiscale kost, die veroorzaakt wordt door de drie fiscale gunstmaatregelen die de bedrijven krijgen, is ongelooflijk veel.
Het is misschien goed in afwachting van het gevarenlogo dat ik je toch wat voorbereid op de belangrijkste fiscale aftrekken die Marco in zijn boek duidelijk en verstaanbaar beschrijft!
Laten we beginnen met het ‘fiscaal monster’, zo stond het in februari 2013 boven een artikel over de notionele interestaftrek in de krant De Standaard. De notionele interestaftrek laat vennootschappen toe een bepaald percentage van het eigen vermogen als een soort fictieve interest af te trekken van de winst van het boekjaar.
Deze maatregel was begroot op 566 miljoen euro. Maar dat was buiten de fiscale spitstechnologie gerekend. In 2012 bedroegen de kosten voor de staatsbegroting 5,4 miljard euro. Of met andere woorden, meer dan 4 miljard euro dan de afgesproken kostprijs in 2006.
Inderdaad, gerechtigheid verdwijnt waar meerwaarde verschijnt. Meerwaarden worden gerealiseerd als bijvoorbeeld een bedrijf winst realiseert op de verkoop van aandelen van een andere vennootschap. Wel, in België moet het op die meerwaarde geen vennootschapsbelasting betalen.
In amper 4 van de 27 lidstaten van de Europese Unie – België, Duitsland, Italië en Cyprus – geldt een vrijstelling van de meerwaarden op aandelen
Anheuser-Busch InBev, een bedrijf dat aan de kop staat van Marco zijn lijstje en dat nul euro belastingen betaalt, realiseerde met de verkoop van aandelen in 2011 een meerwaarde van 15,1 miljard. 
Stel dat we dit bedrag zouden belasten in de vennootschapsbelasting, dan zou dit de overheid 5,1 miljard opleveren.
De derde gunstmaatregel is de Definitief Belaste Inkomensaftrek. Deze maatregel stelt een vennootschap in staat om 95% van de dividenden die het van filialen krijgt, fiscaal af te trekken.
De aftrek wordt als volgt geargumenteerd: wanneer een moedermaatschappij dividenden uitgekeerd krijgt van haar filialen, dan doen die de inkomsten van de moedermaatschappij groeien.
Maar omdat deze dividenden komen uit de winst van de filialen, die al eens belast is, is het normaal dat de moedermaatschappij niet een tweede keer wordt belast. Tot daar de logica!
Maar de aftrek is ook toegestaan wanneer dividenden zijn uitgekeerd door een filiaal in het buitenland waar de belastingtarieven laag zijn en daardoor nauwelijks belastingen heeft betaald.
De DBI-aftrek voor de Belgische bedrijven liep in 2009 op tot 24,3 miljard euro. De aftrek bezorgt de schatkist een verlies van 6,8 miljard euro belastinginkomsten.
Heb je kunnen meetellen? Deze drie fiscale gunstmaatregelen, met de voorbeelden die ik heb vernoemd, kosten de overheid samen 17,3 miljard.
Opgelet, dit is nog niet alles! Naast de lage belastingdruk op vennootschappen krijgen de werkgevers sociale bijdragen en belastingverminderingen. En dit al 20 jaar! Telkens onder het motto ‘jobs in ruil voor loonsvermindering’.

Wist je dat de werkgevers eigenlijk meer terugkrijgen van de overheid dan dat ze aan belastingen betalen? Zo kregen ze in 2011 zowat vijf miljard euro aan verminderingen van bijdragen voor de sociale zekerheid. Met daar bovenop 6,2 miljard euro aan loonsubsidies. Samen goed voor een slordige 11 miljard euro.
Als je weet dat de belastingen op de winst die de bedrijven realiseren (de vennootschapsbelasting) jaarlijks 10 à 11 miljard opbrengt, dan mag je hieruit besluiten dat de werkgevers meer terugkrijgen van de overheid dan dat ze belastingen betalen!
Als klap op de vuurpijl heeft de regering Di Rupo beslist met het akkoord over het concurrentiepact om de werkgevers nog eens bijkomend 3 keer 450 miljoen bijdrageverminderingen cadeau te doen. Alles samen goed voor 1,3 miljard euro. Dat zal gebeuren in 2015, 2017 en 2019, de momenten waarop om de twee jaar nieuwe Inter-Professionele Akkoorden (IPA) worden afgesloten.
Beste mensen, het boek sluit goed aan bij de eisen van het FAN/RJF aangaande vennootschapsbelasting. Het geeft ons voldoende wapens voor onze eis naar een harmonisering van de vennootschapsbelasting op alle niveaus zodat voldoende inkomsten worden gegarandeerd voor de overheid.
Want laat het duidelijk zijn, bedrijven moeten belastingen betalen net als burgers omdat ze daar veel voor terugkrijgen!
Men vergeet nog al eens het feit dat de economie in het algemeen en bedrijven en kmo’s in het bijzonder, voordeel halen uit de geïnde belastingen.
Denk maar aan bepaalde realisaties van openbare diensten zoals; de aanleg en het onderhoud van wegen, bruggen, spoorlijnen, kanalen, de ontsluiting van industrieterreinen, enz…
Of zelfs de creatie van openbare diensten die er specifiek op gericht zijn de economie te ondersteunen via bankgaranties voor kmo’s, investeringsfondsen, de organisatie van bedrijfsopleidingen en dergelijke meer.
Verder niet te vergeten de specifieke ondersteuning naar specifieke sectoren, denk maar aan de omvangrijke kapitaalsinjectie in het bankwezen. 
Bovendien heeft het bedrijfsleven baat bij een goed functionerende overheid die zorgt voor een vlotte dossierafhandeling, een goede bereikbaarheid, bewegwijzering, brandweer, afvalophaling en niet te vergeten het onderwijs.
Zonder deze omkadering kan het bedrijfsleven niet werken en kunnen er ook geen winsten worden gerealiseerd. Is het dan niet logisch dat je van de bedrijven een rechtvaardige bijdrage vraagt?
Ik zou willen besluiten met het volgende: zij die beweren dat de bedrijven nu al te zware belastingen betalen en dat er in België geen ruimte is om een vermogensbelasting in te voeren, misleiden de publieke opinie. Na het lezen van het ‘Belastingparadijs België’ van Marco van Hees, hebben ze geen been meer om op te staan. Het boek is een aanrader voor iedereen die strijdt voor meer rechtvaardigheid en herverdeling van de rijkdom!

In naam van het FAN en het RJF zijn we Marco Van Hees dankbaar voor dit prachtig boek. Deze informatie sterkt ons in de overtuiging dat we de juiste weg zijn ingeslagen, namelijk: we laten het grote geld niet ontsnappen want enkel gewone mensen betalen belastingen.

In naam van het Financiël Actie Netwerk,
Guido Deckers