08
12/10
Boek van de maand, deel 2: CrisisMoordenBoek door Gilbert De Swert (uitgeverij EPO)
Gepubliceerd door FAN- RJF, klik hier voor printbare versie
CrisisMoordenboek biedt u korte en lange uittreksels uit het onderzoek naar de daaropvolgende financiële en economische crisis. Gilbert De Swert is een woordenaar. Met een strafblad. Hij werd al eerder veroordeeld wegens betrapt op 50 grijze leugens. Over vergrijzing en langer werken (2004). Is sinds 2006 op blije voeten. En is met dit woordenboek opnieuw een man van zijn moord.
We willen deze week de aandacht vestigen op het woord “Zattentaks”.
crisismoordenboek

ZATTENTAKS

Opschudding eind augustus 2009. Lord Adair Turner, voorzitter van de Financial Services Authority, de Britse tegenhanger van de CBFA, liet het achterste van zijn scherpe tong zien. Veel financiële activiteiten, zei hij, zijn ‘sociaal nutteloos’. Paul Volcker, oud-voorzitter van de Amerikaanse centrale bank en geestelijk vader van Obama’s bankvoorstellen, was nog cassanter: de enige zinvolle innovatie in het bankwezen in de afgelopen 30 jaar was de betaalautomaat – en die is niet door bankiers uitgevonden. Turner liet na A ook B volgen: een Tobin- of transactietaks om de explosieve groei in financiële transacties af te remmen. Nagel op de kop.
De kop is dit. Economische activiteiten zijn er om goederen en diensten voort te brengen. Financiële transacties zijn middelen om die productie van goederen en diensten te ondersteunen, te financieren. Maar in de voorbije jaren zijn financiële transacties veel sneller gegroeid dan productie en handel zelf. Dat doet twee vragen rijzen: 1. waarom zijn ze vlugger gegroeid? 2. hoeveel transacties zijn ideaal nodig in verhouding tot productie en handel?
In de jaren 60 groeide de wereldhandel met 8,2% per jaar. Die handel, samen met de langetermijninvesteringsstromen, werd gefinancierd met wisseltransacties ten belope van twee keer de waarde van de handel. Tussen 2000 en 2007 vertraagde de groei van de handel tot 5,8%. Maar de wisseltransacties stegen tot meer dan vijftig keer de waarde van de onderliggende handel- en langetermijninvesteringen.
Andere transactiegroei: de Credit Default Swap (CDS*), een soort verzekeringscontracten dat investeerders en beleggers moest beschermen als iemand zijn verplichtingen (lening of hypotheek terugbetalen) niet nakwam. De Bank voor Internationale Betalingen in Bazel schatte eind juni 2008 alle CDS op 57,3 biljoen dollar. Tien keer meer dan de verzekerde risico’s zelf. Zo is een financiële industrie ontstaan, die nergens op steunde, op geen arbeid, op geen enkele uitvinding, volstrekt parasitair. Een waterkop.
Vanwaar die groei? De enorme uitgroei in internationale kapitaalstromen viel samen met de instorting van het Bretton Woods systeem van vaste wisselkoersen in de jaren 70. Na Bretton Woods werden schommelingen in wisselkoersen gemeengoed, namen winstkansen toe en werden regels ter beperking van kapitaalstromen geschrapt. Dat verhoogde de behoefte voor investeerders en handelaars om zich in te dekken tegen koersschommelingen. In dit nieuwe systeem werd het wisselrisico niet meer gelopen door de publieke maar door de privésector.

Die risicoprivatisering creëerde een expansie in afgeleide financiële instrumenten tot dekking tegen risico’s: van 1 biljoen dollar in 1986 tot 516 biljoen in 2007. Minder dan een derde ervan waren standaardproducten die gekocht en verkocht werden via beurzen; het merendeel waren producten die tussen de twee partijen rechtstreeks ‘over de toonbank’, in het jargon over the counter (OTC), verhandeld werden. Toen in 2008 al het vertrouwen plotseling wegviel, waren die OTC’s niet meer te verhandelen of als borgstelling te gebruiken. En bleken ook de toplui van gesofisticeerde banken de deals niet te begrijpen.
Maar het risico voor de hele economie kwam niet enkel van de ondoorzichtigheid, maar ook van de omvang van de transacties in verhouding tot de onderliggende handel of leningen. Een steeds hogere financiële toren bleek opgetrokken op een fundering van relatief smalle onderliggende activa. Dat heeft sinds de crisis geleid tot een intussen breed gedeelde beleidsreactie: zoveel mogelijk activa moeten gekanaliseerd worden naar verrekensystemen, financiële markten of beurzen waar ze zichtbaar kunnen gekocht en verkocht worden. Zo’n verhandeling laat zien wat die producten echt waard zijn
Zo’n verrekensysteem zou een grote verbetering zijn, maar ook dan blijft nog altijd de kwestie van het groeiende volume niet-gestandaardiseerde OTC transacties. En hier komt de nagel van Turner van pas: een Tobin- of transactietaks. De groei van die transacties schept een risico voor de maatschappij. Voor zo’n risico hoort betaald te worden.
Hoe hoog moet zo’n taks zijn? En wat is het sociaal wenselijke volume aan transacties? De waarheid is dat niemand het weet. Het is als te veel drinken. Wat ‘te veel’ is, kan niet wetenschappelijk precies aangegeven worden. Maar we herkennen allemaal wel een dronkaard als we er een/ene zien. Turner & Tobin proberen de schade te beperken die markten-op-zwier kunnen aanrichten.
Tegenstanders voeren aan dat zo’n taks bij voorbaat verdoemd is in een wereld waar financiële instellingen makkelijk kunnen verhuizen naar lossere rechtsgebieden. Maar dat hoeft niet noodzakelijk zo te zijn. De meeste westerse landen kennen al een soort beurstaks. En als de grootste economieën akkoord gaan om, na de belastingparadijzen, ook dronken markten te ontnuchteren, en geen rechtskracht verlenen aan transacties in taksvrije landen, dan zullen beurs- of verrekenhuizen zulke transacties weigeren – en dan is het spel over en uit.
Natuurlijk zullen er altijd fraudeurs en ontsnappers zijn. Maar net zoals dronken autobestuurders onaanvaardbaar geworden zijn, zo zouden ook belastingontwijkers economische paria’s worden. En zo zouden we een eindje verder geraken op de weg naar sociaal nuttige financiële transacties op basis van reële productie.

CrisisMoordenBoek door Gilbert De Swert, een uitgave van EPO, www.epo.be

Ons verklarend woordenboek:

OTC-transacties (Over The Counter transacties): De Engelse term voor effectentransacties tussen professionele marktpartijen onderling en waarvan aanbod en handel niet op een centrale gereguleerde marktplaats, de beurs, gebeuren. Ook de afwikkeling van deze transacties (clearing) kan men onderling afspreken. Bij een OTC transactie wordt een aandeel op een niet gereglementeerde beurs verhandeld. De ondernemingen die op deze beurs genoteerd zijn, zijn niet onderworpen aan dezelfde eisen inzake verslagen die door de autoriteiten van de gereglementeerde markten worden gevraagd.

BRETTON WOODS: Het systeem van Bretton Woods is een akkoord dat in 1944 gesloten is tussen 44 landen en dat getekend werd in Bretton Woods in New Hampshire in de Verenigde Staten. Dit leidde tot de oprichting van het IMF, de Wereldbank en het indirect via de dollar opnieuw invoeren van de goudstandaard. Het Bretton Woods systeem bestond er onder andere uit dat de waarde van alle nationale valuta gekoppeld werd aan die van de dollar, en de dollar op zijn beurt gekoppeld werd aan het goud tegen een vaste pariteit (35 dollar per ounce). Hiermee werd de dollar dan nu ook officieel de belangrijkste munt ter wereld. In de praktijk was de dollar dat al; de Amerikanen waren in 1944 de oorlog aan het winnen, en hadden bovendien al circa driekwart van de wereldgoudvoorraad in handen. In 1973 werd het Bretton Woods systeem losgelaten, waardoor kapitalen ook mobiel werden en de opmars van de financiële markten tegenover de productieve markten begon. Nadat in oktober 2008 talloze banken in de wereld in de problemen kwamen en overheden met kapitaalinjecties moesten bijspringen, riepen enkele West-Europese leiders, met name Nicolas Sarkozy en Gordon Brown, om een nieuw Bretton Woods-verdrag.