02
12/10
Boek van de maand: CrisisMoordenBoek door Gilbert De Swert (uitgeverij EPO)
Gepubliceerd door FAN- RJF, klik hier voor printbare versie
Als Stieg Larsson nog leefde, zou na Millennium zijn nieuwe trilogie ongetwijfeld Milliardium heten. Als Jef Geeraerts nog een thriller schrijft, zal hij zonder twijfel het geheime financiële netwerk willen blootleggen in De zaak Foertis. Als de VRT nog een succesvolle zondagavondserie laat maken, dan komt na Flikken zeker Geflikten.
Het begon dan ook allemaal als in een misdaadroman: de dader versnijdt en verscheurt alle belastend materiaal, verpakt het in vele pakjes en verstopt die op heel uiteenlopende plaatsen. De financiële sector heeft jarenlang hetzelfde gedaan met zijn kredieten en beleggingsfondsen.
crisismoordenboek

CrisisMoordenboek biedt u korte en lange uittreksels uit het onderzoek naar de daaropvolgende financiële en economische crisis.
Deel 1 is een encyclopedie van de crisis in 75 nieuwe woorden, van Armerika en Bubbelaars over Fortwas en Lippensdienst tot Zapitalisme en Zerobloei.
Deel 2 laat u nu al 9 toekomstige crisismomenten meebeleven – voor als u er niet meer bij kunt zijn.
Deel 3 is een woordenlijst van de crisis, van AAA tot Zut, verrijkt met pedagogische en sarcastische toelichtingen.
Gilbert De Swert, in een vorig leven hoofd van de studiedienst van het ACV, schoolde zich na zijn pensionering om tot amateurdetective. In Crisismoordenboek gaat hij op zoek naar daders en slachtoffers van de hold-up van de eeuw: de financieel-economische crisis. Toen bankiers overvallers werden.
Gilbert De Swert is een woordenaar. Met een strafblad. Hij werd al eerder veroordeeld wegens betrapt op 50 grijze leugens. Over vergrijzing en langer werken (2004). Is sinds 2006 op blije voeten. En is met dit woordenboek opnieuw een man van zijn moord.

We willen deze week de aandacht vestigen op het woord “Termijntaks”.
Termijntaks
Alles is dus weer vertrokken zoals voordien: speculanten speculeren, traders traden, banken verdienen bergen geld en een grote groep ‘medewerkers’ wacht op zijn bonus.
Er is nochtans een simpel en doeltreffend middel om speculatie te breidelen en de bonuskwestie te regelen. En dat middel is nog wel voorgesteld door Amerika’s rijkste burger en beste belegger: Warren Buffett. ‘Bonussen? Simpel. 100% belasting op meerwaarden binnen een jaar, en u zult de kortetermijnspeculatie zien verdwijnen.’ (Buffett ook nog, gevraagd waarom hij 80% van zijn fortuin aan de Bill Gates Foundation gaf: ‘Van al dat verdiend geld heb ik 20% te danken aan mijn intelligentie, de rest heb ik gepikt van de collectiviteit. Dus geef ik ze die terug.’)
Als de beurs de plaats moet zijn waar ondernemingen het geld ophalen om zich mee te financieren, als de beurs geen speelhuis is waar gewed wordt op aandelen op één jaar, één maand, één week, één dag en één uur, dan moet je niet zoeken naar een ingewikkelde techniek om dat in ere te houden. Dan moet je ervoor zorgen dat speculanten zulke weddenschappen niet meer willen aangaan. Hoe? Belast hun kortetermijnwinst helemaal weg.
Er is trouwens iets absurds aan aandelenkoop voor minder dan één jaar. Ondernemingen zijn natuurlijk geen organisaties wier levensduur  eeuwig is. Maar ze werken wel met investeringen en projecten waarvan de rendabiliteit bekeken wordt over vijf, tien, twintig jaar. Ook al verandert hun beurskoers een beetje van dag tot dag, dan nog verandert hun intrinsieke waarde weinig op zes tot twaalf maanden.
Toch is de gemiddelde duur dat een beursgenoteerd aandeel bijgehouden wordt, overal in de wereld absurd kort geworden. In de VS was die duur tien jaar in de jaren 40, zeven jaar in de jaren 50, vier jaar in de jaren 70, twee jaar in de jaren 90 en zes maanden vandaag. Het enige precedent van zo’n korte duur was in de jaren 1927, 28 en 29.
Twintig jaar geleden bleven Belgische aandelen gemiddeld vijf jaar in de portefeuille. Toen De Tijd voor het eerst eigen onderzoek deed, was dat gemiddelde al gezakt tot twintig maanden. Sindsdien schommelt de gemiddelde verblijftijd voor de grotere aandelen tussen anderhalf en drie jaar. De bedrijven van de BEL20 wisselen om de zeventien maanden van eigenaar. Maar als de NPM van Albert Frère uit de statistieken wordt gefilterd, dan daalt de termijn tot veertien maanden. Een laagterecord.
Het kapseizen van Fortis zorgde voor extreme nervositeit onder beleggers. Een massa paniekerige verkopen stond tegenover een menigte opportunistische speculanten. Het resultaat: gemiddelde verblijftijd van amper drie maanden voor Fortis. De crisis deed ook de basisstrategie van de goede huisvader sneuvelen: buy and hold. Aandelen braaf bijhouden bleek in 2008 de kortste weg richting zware verliezen te zijn. Ook Paul Huybrechts, de voorzitter van de Vlaamse beleggersvereniging, wil natuurlijk nog altijd dat iedereen ter beurze gaat, maar klinkt als een pastoor vanop de preekstoel als hij zou zeggen dat je aandelen nog trouw moet bijhouden.
Zo gaat dat. Aandeelhouders, ze waren ooit standvastige partners. Ze zijn mettertijd kortstondiger trouw gebleven, zoals ook iedereen in andere dingen. Maar al voor de crisis en zeker sindsdien zijn ze niet eens meer serieel monogaam, maar willen ze enkel nog one night stands. Met de hulp van internet (online beleggen). Aandelenvennootschappen en beurzen zijn efficiënte uitvindingen geweest om spaargeld te kanaliseren naar ondernemingen. Maar moeten ze daarom speelzalen worden?
Wie zou bij zo’n 100% belasting verliezen? Ten eerste de banken, die hun inkomsten uit commissielonen zien stijgen met het volume aan transacties. Idem dito voor de portefeuillebeheerders, dikwijls ook filialen van banken of beurshuizen, wier beheerders de portefeuilles doen ‘draaien’, belastingvrij, evenzeer in hun eigen voordeel als in dat van hun klanten. Ze zouden hun activiteit zienderogen zien dalen.
Ten slotte de speculanten, dat wil zeggen opnieuw banken en hun arbitrage (= winst uit verschil van wisselkoersen op verschillende beurzen), die de eigen middelen van banken ‘actief’ beheren – maar is dat de job van banken? Daarnaast nog een myriade van plusminus grote financiële instellingen en een aantal zich stierlijk vervelende individuen die op de beurs spelen.
De financiële wereld die koopt en verkoopt, koopt en verkoopt zonder end, zou dus verliezen. De eigenlijke job van banken daarentegen, zou helemaal niet getroffen worden door de taks – lenen en krediet verstrekken heeft niets te maken met trading en arbitrage. Zelfs de VS hebben al een verschillend belastingtarief voor beursmeerwaarden op lange en korte termijn.
Schrik voor kapitaalvlucht? Maak dan van je fiscaal afschrikkingswapen een mooie weegschaal: 100% op meerwaarden van minder dan één jaar, en geen belasting op meerwaarden van, zeg, tien jaar of langer.
Wie wil het kapitalisme reguleren? Dat ze hun vinger(s) opsteken en simpele maatregelen nemen! De Belgische regering alvast (nog) niet. In de begrotingsbesprekingen voor 2010-2011 was er sprake van een belasting op korte
termijnmeerwaarden. Deze keer zou het gebeuren! Iets van gezien in de uiteindelijke begrotingsbeslissingen?

CrisisMoordenBoek door Gilbert De Swert, een uitgave van EPO, www.epo.be