11
01/12
Een rechtvaardige fiscaliteit kan 25 miljard opbrengen!
Gepubliceerd door FAN- RJF, klik hier voor printbare versie
De fiscale voorstellen in het kader van een zware bezuinigingsronde voorgesteld door de regering Di Rupo I zijn al meermaals het voorwerp van kritiek geweest zowel vanuit FAN zelf als vanuit de drie vakbonden die ook lid zijn van FAN. En dan gaat het vooral over de onevenwichtigheid tussen belastingen en besparingen en de onrechtvaardige verdeling tussen de bijdrage aan de besparingen van werknemers en het grote geld. Eindelijk heeft Guido Deckers, nationaal propagandist voor het thema fiscaliteit in ACV en ook gemandateerde activist voor ACV in FAN, de tijd gevonden om uitgebreid de fiscale voorstellen van Di Rupo I onder de kritische loep te nemen. En zoals we konden voorzien: het ziet er niet goed uit voor de werknemers en de gewone mensen, maar wel voor de vermogens en het grote geld. Maar we willen u toch laten meegenieten van deze stevige analyse, want alleen gewapend met kennis van zaken kunnen we de strijd voor fiscale rechtvaardigheid beter voeren.
fiscaal eisenprogramma FAN laat het grote geld niet ontsnappen

De nieuwe regering-Di Rupo blijft doof voor de verontwaardiging bij vele werknemers, met en zonder werk. Samen met de organisaties die aangesloten zijn bij het FAN blijft het ACV stellen dat de sanering onevenwichtig en onrechtvaardig is, omdat de grote vermogens en de grootbeleggers de dans ontspringen. Doorheen de regeringsonderhandelingen werd almaar minder gevraagd aan wie totnogtoe weigerde zijn deel bij te dragen en op alle mogelijke manieren wist te ontsnappen aan belastingen en sociale bijdragen. Daardoor is het gewicht almaar meer komen te liggen bij de werknemers en bij de sociale uitkeringen. De besparing die gebeurt op de sociale zekerheid is veel groter dan de inspanning die gevraagd wordt aan de banken, de aandeelhouders en de speculanten: 26,5% versus 10,5% van de inspanning. In miljarden euro’s is dat 3 miljard versus 1,2 miljard. Een duidelijk groot onevenwicht! Als we een vergelijking maken met de eisen van het FAN die het ACV onderschrijft, dan kunnen we alleen maar vaststellen dat het grote geld ontsnapt aan de saneringsoperatie. Nochtans moet het daar eerst gehaald worden.

Een analyse
Laat ons beginnen met wat er niet in het regeerakkoord staat en wat essentieel is, namelijk; een volledige afschaffing van het bankgeheim en de invoering van een vermogenskadaster.
Wanneer we willen dat iedereen naar draagkracht belastingen betaalt, dan zal dat niet kunnen zonder een volledige opheffing van het bankgeheim. Nu is de wet inzake het bankgeheim sinds 1 juli 2011 aangepast, maar van een afschaffing is zeker geen sprake! Vanaf dan zal de belastingdienst inlichtingen kunnen vragen aan een financiële instelling wanneer in één of ander dossier van een belastingplichtige “aanwijzingen voor belastingontduiking worden gevonden”. Deze formulering zal leiden tot heel wat procedure- en interpretatieproblemen. Daarmee is het bankgeheim  zeker nog niet weg! We spreken daarom, in tegenstelling tot wat sommige politici beweren, niet van een “afschaffing” van het bankgeheim, maar eerder van een “versoepeling” van het bankgeheim.
De procedure voor de opheffing van het bankgeheim in de nieuwe wet heeft het de fiscus ook niet gemakkelijker gemaakt. Eerst worden de gezochte inlichtingen aan de belastingplichtige zelf gevraagd. Die krijgt daarvoor een maand de tijd. Als er geen antwoord komt of als de belastingdienst vermoedt dat er gegevens worden achtergehouden, zal de inspecteur zich kunnen richten tot de financiële instelling. Maar hij/zij beslist daar niet alleen over. Hij/zij moet daarvoor toestemming krijgen van een directeur. Op de dag dat de vraag om inlichtingen vertrekt naar de financiële instelling, wordt ook de belastingplichtige op de hoogte gebracht. Bestaat het vermoeden dat de belastingplichtige hiervan zal profiteren om zijn frauduleus opgebouwd vermogen te laten verdwijnen? Dan moet hij of zij pas later op de hoogte worden gebracht. Uiteraard moet de belastingdienst weten tot welke financiële instelling hij zich moet richten. Die informatie zal in de toekomst te vinden zijn bij een centraal aanspreekpunt bij de Nationale Bank van België. Iedere bank- ,wissel-, krediet-, en spaarinstelling werd vanaf 1 juli 2011 verplicht om de rekeningnummers en de identiteit van de rekeninghouders door te geven aan dit centrale aanspreekpunt.

Minnelijke schikking
Een slag in het gezicht van elke rechtvaardige burger, is dat de wetswijziging van het bankgeheim verbonden is aan een procedure van minnelijke schikking. Fraudeurs kregen in het verleden al fiscale amnestie en vanaf 2007 bestaat er de mogelijkheid van een permanente regularisatie. Nu komt er nog eens de minnelijke schikking bij. Kort gezegd: wie na een fiscale amnestie en een permanente fiscale regularisatieregeling toch nog bleef frauderen en uiteindelijk betrapt wordt op fraude, krijgt een nieuwe uitweg. Grote fraudeurs en witwassers kunnen hun proces afkopen zolang de vonnissen en arresten niet definitief zijn. Zelfs als een rechter en het hof van beroep de fraudeur al heeft veroordeeld tot celstraffen, kan hij zijn straf nog afkopen waardoor de klacht vervalt en het strafblad leeg blijft. Met deze wetgeving is een nieuw dieptepunt bereikt: voor zij die geld hebben is er steeds een uitweg om hun straf te ontlopen. Na de bekendmaking van deze wet hebben vijf magistratenverenigingen de alarmbel geluid. De kritiek: “zal de publieke opinie de afkoopwet niet opvatten als een voorstel van klassenjustitie?”
Een voorbeeld: na jarenlange fraude treft de Herentalse zakenfamilie Hendrickx een minnelijke schikking. Ze betaalde 100 miljoen euro aan de fiscus. “Opmerkelijk was dat deze schikking niet gebeurde op basis van de nieuwe wet” aldus Peter Van Calster, fiscaal procureur van het parket van Antwerpen. En nu komt het: “In dat geval zou de volledige strafvordering tegen de familie vervallen zijn en kon het parket hen in de toekomst ook niets meer maken”.[1]

Het vermogenskadaster
IJveren voor rechtvaardige belastingen wil ook zeggen dat er een vermogenskadaster moet komen. Zo’n kadaster kan worden uitgebouwd als het bankgeheim volledig sneuvelt.  Als het over huizen of ander vastgoed gaat, is het in ons land bijna altijd mogelijk om te zeggen wie de eigenaar ervan is. Dat vindt iedereen normaal. Maar als je gelijkaardige regels voorstelt voor het financieel vermogen, wordt er moord en brand geroepen. Het is nochtans wenselijk om een register of kadaster uit te werken waarin alle financiële bezittingen van de Belgen wordt genoteerd. Een vermogenskadaster maken is onmogelijk zolang financiële instellingen een rookgordijn kunnen ophangen rond de vermogens van hun klanten.
Een vermogenskadaster is onmisbaar als de belastingdienst moet achterhalen op welke inkomsten nu weinig of geen belastingen betaald worden. Met zo’n kadaster krijgt de overheid een krachtig wapen om fraude met roerende inkomsten te bestrijden. Via het register kan ze checken of de aangegeven inkomsten wel in verhouding staan tot wat iemand bezit.
Maatregelen die het grote geld niet laten ontsnappen;
• Net als bijvoorbeeld in Frankrijk moet ook in ons land de fiscus toegang krijgen tot alle bankgegevens die automatisch worden aangeleverd door de banken.
• Invoering van een kadaster van roerende inkomens

Wat nu volgt zijn enkele maatregelen die in het regeerakkoord staan en die veel meer geld zouden kunnen opbrengen dan dat de regering voorziet. We geven er onze commentaar op en zeggen wat we willen!

Maatregel 1: een solidariteitsbijdrage op roerende inkomsten van meer dan 20.000 euro

“De invoering van een solidariteitsbijdrage van 4% op de hoge inkomens voor belastingplichtigen met roerende inkomsten van meer dan 20.000 euro, de liquidatieboni en het vrijgestelde gedeelte van de interesten op spaarboekjes niet meegerekend. Die bijkomende bijdrage zal worden toegepast op het gedeelte van de roerende inkomsten dat hoger ligt dan 20.000 euro (de bijdrage zal echter niet van toepassing zijn op de verdiensten waarop een roerende voorheffing van 25% werd ingehouden). Naargelang van de keuze van de belastingplichtige zal die bijdrage worden afgehouden, ofwel aan de bron door het optrekken van de roerende voorheffing met 4%, ofwel, wanneer dat noodzakelijk is, via de inkohiering dankzij de inlichtingen die automatisch door een centraal punt worden meegedeeld.”

Verklaring
Beleggers die interesten (roerende inkomsten) genieten, moeten vanaf volgend jaar telkens ze die ontvangen, aan hun bank melden of ze kiezen voor een roerende voorheffing van 21% of een voorheffing van 25%. Telkens iemand kiest voor het  lagere tarief van 21%, moet de bank dat melden aan een centraal punt dat de Nationale Bank van België (NBB) zal beheren. Die zal alle gegevens inventariseren die het van de verschillende banken ontvangt. De NBB geeft vervolgens de informatie van al wie meer dan 20.000 euro roerende inkomsten geniet, door aan de fiscus. Op de inkomsten boven de 20.000 euro wordt een belasting geïnd van 4%.
De solidariteitsbijdrage van 4% heffing zou 100 miljoen euro moeten opbrengen. Volgens de krant De Standaard van 30.11.2011 is de kans heel klein dat dit gehaald wordt, want er zijn veel ontsnappingsroutes. Zo wordt de solidariteitsbijdrage van 4% enkel geheven op inkomsten uit obligatiefondsen, kasbons, staatsbons, termijnrekeningen en aandelen waarop een roerende voorheffing van 21% werd ingehouden, maar niet op tak-21, tak 23, beveks en spaarrekeningen. Zelfs het misbruik van de spreiding over meerdere spaarboekjes blijft bestaan. De kleine spaarder zal hier even de wenkbrauwen fronsen! Maar die hoeft zich geen zorgen te maken. Het tarief van 15% blijft behouden, net als de vrijstelling van de eerste interestschijf. Voor 2011 is het bedrag 1770 euro. Dat komt overeen met een spaarbedrag van 88.500 euro per persoon aan een rente van 2%. Voor een koppel is dit 177.000 euro. Geef toe, voor vele gewone mensen is dit al een droom!

Naast de ontsnappingsroutes worden de rijken in ons land beschermd doordat er geen vermogenskadaster bestaat en dat het bankgeheim nog steeds niet volledig is opgeheven. Zonder deze twee essentiële middelen is een rechtvaardige inning onmogelijk!

Alleen een echte vermogensbelasting laat het grote geld niet ontsnappen.
De vermogensbelasting die het Fan voorstelt, brengt 7,6 miljard op. Dit bedrag steekt schril af tegen het magere bedrag van 100 miljoen die de regering bij de rijken wil gaan halen. Het FAN kiest voor een progressieve belasting op het bezit van een vermogen boven de 1 miljoen euro, de eigen en enige woning niet inbegrepen. Als we voor de eigen woning een waarde van 500.000 euro nemen, is de eerste 1,5 miljoen euro van het vermogen vrijgesteld. Met deze vermogensbelasting worden alleen de 2% rijkste Belgen geviseerd. Om een vermogensbelasting in te voeren moet er een kadaster komen van roerende inkomsten en moet het bankgeheim volledig verdwijnen. De fiscus moet toegang krijgen tot de bankgegevens die “automatisch” worden aangeleverd door de banken.

Gerechtvaardigd?

 Het gemiddelde vermogen van de 1% rijkste Belgen bedraagt 7.545.870 euro;
 De 10% rijkste Belgen bezitten de helft van het totale vermogen;
 Als we de rijkdom optellen van de 10 rijkste Belgen, dan komen we al aan een vermogen van 32,2 miljard euro;
 De Belgische Baron Guy Ullens de Schooten, die nu in het belastingparadijs Zwitserland woont, staat op de lijst met Zwitserse miljardairs. Zijn vermogen wordt geschat op 2,4 miljard of zelfs op 3,2 miljard.

Maatregel 2: Een belasting op meerwaarden

“Een belasting op de meerwaarden op aandelen in het kader van de vennootschapsbelasting: de meerwaarden zullen vrijgesteld worden op voorwaarde dat de aandelen ten minste één jaar in het bezit worden gehouden, en zoniet belast worden aan het specifiek tarief van 25%.”

Een meerwaardebelasting is zoals de naam het zelf zegt: een belasting op de meerwaarde die je realiseert bij de verhandeling van vermogen. Je verkoopt bijvoorbeeld een pakket aandelen aan 50 euro per stuk, die je zelf eerder kocht aan 40 euro per stuk. Je hebt dus een meerwaarde van 10 euro per aandeel. Meerwaarden worden ook gerealiseerd door bedrijven. Zo kan een bedrijf winst maken door de aandelen te verkopen die ze bezit in een andere vennootschap. Deze winst of meerwaarde is vrijgesteld van belastingen in de vennootschapsbelasting. Door de afwezigheid van een meerwaardebelasting in de vennootschapsbelasting liep de overheid alleen al voor het aanslagjaar 2007 bijna 12,9 miljard euro mis. Dit zou overeenstemmen met een belastbare grondslag van 43 miljard euro.[2]
In het oorspronkelijk voorstel van Di Rupo stond over een meerwaardebelasting het volgende:”meerwaarden op aandelen en effecten die voortvloeien uit hun verkoop binnen een termijn van 1 tot 8 jaar na hun aanschaffing. Het tarief zal 50% bedragen voor de meerwaarde gerealiseerd binnen een termijn korter dan een jaar.”
Zoals je kan zien zijn zowel de termijn als het tarief sterk verlaagd. De meerwaardebelasting die in het regeerakkoord staat, geldt ook niet voor iedereen. Het is enkel van toepassing op bedrijven, niet voor particulieren. De termijn van één jaar zou voor de overheid ook niets opbrengen. Volgens de Trends Top houden de meeste bedrijven hun aandelen langer dan een jaar.

Maatregel die het grote geld niet laat ontsnappen:
 Invoering van een meerwaardebelasting op aandelen, obligaties en opties, dalend met de duurtijd dat die titels bijgehouden worden en dit voor zowel particulieren als voor bedrijven. 

Maatregel 3: een hervorming van de notionele interestaftrek, zodat de kosten beter onder controle kunnen worden gehouden:
“het maximumtarief van de notionele interestaftrek zal 3% bedragen in 2012, 2013 en 2014. Voor 2015 en de volgende jaren wordt het plafond bij wet bepaald. Indien deze niet gewijzigd wordt, blijft het maximumpercentage voor 2014 van toepassing;

de huidige mogelijkheid om tijdens het boekjaar de niet afgetrokken notionele interest in de tijd uit te stellen, zal voortaan worden geschrapt;

de aanwending van de uitgestelde bestaande stock van de interestaftrek zal worden beperkt zonder gevolgen voor de eerste schijf van 1 miljoen winst (zodat de kmo's a priori niet zullen worden getroffen);

Om hun concurrentievermogen te ondersteunen, blijft de verhoging met +0,5 procent voor de kmo’s behouden.”

De notionele intrest is een moeilijk begrip, maar je mag ook zeggen abstracte of fictieve interestaftrek. De aftrek komt hierop neer dat de vennootschappen een toegekend percentage (in 2011 is dat 3,425%) van hun eigen vermogen kunnen aftrekken van hun belastbare winst. Volgens de gegevens van de Federale Overheidsdienst Financiën is voor het aanslagjaar 2010 een totale notionele interestaftrek toegekend van 16,4 miljard. Voor de overheid betekent dat een bruto kost van 5,6 miljard. Bij de invoering van de notionele interest berekende de regering dat dit de overheid 566 miljoen mocht kosten. Vandaag zitten we aan een kostprijs die 10 keer meer bedraagt, dan de raming die geschat is bij de invoering van de notionele interest. De Maatregel die de Regering Di Rupo voorstelt om het maximumtarief op 3 procent te brengen zou 2,1 miljard moeten opbrengen. Als we de huidige kostprijs van afgerond 5 miljard nemen en we trekken daarvan de opbrengst af die de regering wil halen, dan kost de notionele intrest nog steeds 2,9 miljard euro.

En er is nog meer!
Door ondermeer de notionele intrestaftrek, bedraagt vandaag het gemiddelde tarief van de vennootschapsbelasting voor alle vennootschappen samen 11,8%. Het belastingtarief dat een bedrijf moet betalen op zijn winst bedraagt 33,99%. Trends Top en de PVDA berekenden dat de bedrijven met meer dan 10 miljoen euro winst gemiddeld belast werden in 2010 tegen een tarief van 5,73%. De totale winst van deze bedrijven bedroeg 57 miljard euro. Hierop betaalden ze 3,3 miljard euro belastingen. Als deze bedrijven op hun winst het tarief van 33,99% zouden betaald hebben, dan zouden de belastingen niet 3,3 miljard euro zijn, maar 19,4 miljard euro. Maar door de vele fiscale verminderingen die een bedrijf krijgt, daalt het tarief in dit geval tot 5,73% en krijgen ze 16,1 miljard euro aan belastingverminderingen.Stel dat we het belastingtarief voor deze bedrijven laten dalen tot 20%. Wel, dan is de winst voor de overheid 11,4 miljard euro. Hoeveel miljard was de regering aan het zoeken?
Ja maar, als je de bedrijven te zwaar belast, dan gaan ze niet meer kunnen investeren!
De Nationale Bank maakte bekend dat de bedrijfswinsten in ons land tussen 2000 en 2009 van 47 miljard naar 82 miljard stegen. Dat is 35 miljard meer winst, een stijging met 75%. Minder dan een derde van die extra winst werd geïnvesteerd. Bijna een derde ging cash naar de aandeelhouders. Die ontvingen in 2009 26 miljard euro dividend, drie keer meer dan in 2000. De rest van het geld werd gewoon opgepot.[3]

Maatregelen die het grote geld niet laten ontsnappen;
 herziening van alle fiscale verminderingen en aftrekken;
 beperking van het gebruik van de notionele intrest;
 vennootschappen die opgericht zijn om de personenbelasting en bijdragen te ontwijken, worden bestreden;
 meer controle op vennootschappen
 een harmonisering van de vennootschapsbelasting op Europees en internationaal niveau.

Maatregel 4: optrekken nucleaire rente

“Optrekken van de opbrengst van de nucleaire rente met 300 miljoen euro. Het bedrag wordt nu 500 miljoen euro. Een gedeelte van de bijkomende opbrengst van die rente zal worden bestemd voor de hertekening van het energielandschap”

Electrabel heeft indertijd als Belgisch overheidsbedrijf de toestemming gekregen om haar kerncentrales versneld af te schrijven. Dat hebben we allemaal als consument kunnen voelen aan onze factuur. Na discussie met de Nationale Bank – die de nucleaire winst heeft geschat tussen de 809 en de 951 miljoen euro - staat de nucleaire rente nu vast. De CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en de Gas) berekende dat deze rente 1,7 en 1,8 miljard euro per jaar is. Het gaat hier dus niet over weinig geld. Deze overwinsten, gemaakt op kosten van de Belgische belastingbetaler en van de consument, volledig afromen is dan ook een gerechtvaardigde eis. Met dit geld kan men investeren in hernieuwbare energie.

En er is nog meer

In 2009 betaalde de elektriciteitsproducent 1,5 miljoen euro belastingen op een winst van 1,55 miljard euro. Dat is een belastingtarief van 0,04%. In 2010: 35 miljoen op een winst van 808 miljoen – een belastingtarief van 4,33%.

Naast de overwinsten door de versnelde afschrijving van kerncentrales en het betalen van weinig belastingen, haalt Electrabel zijn hoge winsten ook nog eens door hoge prijzen aan te rekenen. Dat kan je zien als je een vergelijking maakt met de stroomprijzen in Frankrijk. Het prijsverschil voor de industrie liep in sommige jaren op tot meer dan 70 procent. De Franse elektriciteitsprijzen zijn niet alleen veel lager dan de Belgische, ze zijn ook veel stabieler. Belgische energie-intensieve bedrijven die met lage marges werken, klagen erover dat zelfs de energiehandicap belangrijker is dan de loonkostenhandicap. In 2008 bijvoorbeeld lag de elektriciteitsprijs in Frankrijk (inclusief taksen) op 49euro per MWh terwijl dat in België 85euro per MWh was. Dat is 73procent meer.

Dat de stroomprijs in Frankrijk lager ligt dan in België, komt omdat de overheid heeft ingegrepen. In Frankrijk kon de industrie bij de liberalisering van de markt kiezen tussen het gereguleerde tarief of het geliberaliseerde regime. Slechts één derde van de industrie koos voor de geliberaliseerde markt. Vanaf 2007 begonnen de stroomprijzen in Frankrijk, net zoals elders, flink te stijgen, waardoor de bedrijven het lastig kregen. De overheid heeft daarop in 2007 ingegrepen door het Tarif Transitoire Ajustement Marché op te leggen. Al wie voor de vrije markt had gekozen, kon opnieuw overstappen naar nieuwe gereguleerde tarieven. Door de ingreep bleven de Franse elektriciteitsprijzen de afgelopen jaren stabiel (52 tot 53euro per MWh), terwijl de stroomprijzen in België forse bewegingen kenden met één constante: steeds hoger dan de Franse.[4]
Maatregelen die het grote geld niet laten ontsnappen

 De overwinsten die Electrabel heeft gemaakt op kosten van de Belgische belastingbetaler en van de consument, moeten volledig afgeroomd worden. Met dit geld kan men investeren in hernieuwbare energie.
• Regulering van de energieprijzen

Maatregel 5: strijd tegen fiscale en sociale fraude

De omvang van de fraude is moeilijk in te schatten. Moesten we dat kunnen, dan zou een deel van het probleem opgelost zijn. Maar het ontbreken aan transparantie en goede wetgeving maakt dat we de fraude moeilijk kunnen bestrijden. Gezien het bedrag moeilijk te becijferen valt, verschijnen in de media verschillende cijfers. Maar dat komt door het begrip  van fraude die de onderzoekers hanteren. In opdracht van Carl Devlies (CD&V) onderzocht de Nationale Bank van België (NBB) het aandeel van de zwarte economie in het BBP. De Belgische zwarte economie bedraagt volgens de NBB 12,9 miljard euro, of 3,8% van het bbp. De Oostenrijkse professor Friedrich Schneider maakte in opdracht van de OESO ook een studie over de zwarte economie. Hij kwam tot hogere cijfers. Volgens Schneider is de schaduweconomie in België goed voor 61 miljard euro, of 17,9% van het bbp. Volgens zijn cijfermethode loopt de Belgische staat daarmee 20 à 25 miljard euro aan ontvangsten mis. Van waar komt dit grote verschil? Schneider hanteert een ruimer begrip van fraude. Het omvat ondermeer belastingontwijking, informele economie, illegale activiteiten zoals valsmunterij, prostitutie en smokkel. Bij het onderzoek van de Nationale bank werd de fiscale fraude niet betrokken. Zo werd geen rekening gehouden met btw-carrousels, notionele interestaftrek of opbrengsten uit zwarte vermogens in het buitenland. Onder zwarte economie wordt ondermeer verstaan: verborgen transacties en transacties met onderfacturatie.[5]

Professor Jozef Pacolet van het Hoger Instituut van de Arbeid (HIVA) vat het zo samen. Hoeveel het bedrag in ons land juist bedraagt, valt moeilijk te becijferen. Maar het ligt zeker hoger dan 6% van het bbp. Dus zeker meer dan 20 miljard euro. De hele ondergrondse economie in België werd in het verleden geschat op 12 à 20% van het bbp. Vandaag worden percentages geciteerd van 4 à 20%. Als je het gemiddelde van die twee, of de benedengrens van de ramingen in het verleden zou aannemen, levert dat een bedrag op van 40 miljard euro, waar de overheid gemiddeld een 50% of 20 miljard euro aan belastingen en sociale bijdragen kan innen.[6]

Maatregelen die het grote geld niet laten ontsnappen

 Volledige opheffing van het bankgeheim;
 Invoering van een vermogenskadaster.

Besluit

Om te besluiten geven we het woord aan Bert D’hondt, stafmedewerker politiek beleidswerk bij Welzijnszorg. “De eisen van het FAN lijken mij zeker zinnig en belangrijk. Als wij vragen om armoede intenser te bestrijden of de sociale uitkeringen te verhogen, krijgen we van de politiek geregeld te horen dat daar geen geld voor is. Maar er is wel degelijk geld. Alleen moet je de centen willen halen waar ze te vinden zijn. Net als de Christelijke arbeidersbeweging ACW pleit Welzijnszorg ervoor de laagste uitkeringen op te trekken. Zo’n ingreep zou 1,25 miljard euro op jaarbasis kosten. Dat lijkt veel, maar vergeet niet dat de notionele intrest de staat al gauw zes miljard euro per jaar kost en de fiscale fraude volgens sommige bronnen wel 20 miljard bedraagt. Als de politieke wil bestaat, kan er veel veranderen. Het is geen kwestie van kunnen, maar van willen.”[7]

De maatregelen tegen fiscale fraude en bijdragefraude zouden volgens de regering 1,5 miljard in 2014 moeten opbrengen. Dit is weinig, gezien dat de omvang van de fraude meer dan 20 miljard bedraagt. Maar als we het bedrag dat via het eisenprogramma van FAN kan opgehaald worden er bijvoegen, dan heeft de overheid tegen 2014 bijna 25 miljard aan inkomsten! 


Omdat een andere fiscaliteit moet
Guido Deckers
Nationaal propagandist voor het thema fiscaliteit

Bronnen

1. Het Laatste Nieuws/01.08.2011
2. FAN-fiche vennootschapsbelasting, Renilde de Busschop. Cijfers aangebracht door Dirk Van der Maelen (SP.A)
3. De Tijd online, 19 september 2011
4. www.standaard.be/ 13 april 2011/Pascal Dendooven
5. Knack/15.09.2010
6. Knack/28.10.2009
7. Ons Recht/december 2011/p.6